Lente- en zomerschool: meer kans op succesbeleving

De Lenteschool op het Oranje Nassau College (ONC) en het Andreas College en de Zomerschool op het Kalsbeek College hebben de afgelopen twee jaren bijgedragen aan een sterke vermindering van het aantal zittenblijvers. De extra lessen van externen in een vakantieweek doen soms wonderen. Hoe zijn de ervaringen van leerlingen, docenten en schoolleiding?

Yogalessen geven extra focus en ontspanning tijdens de Lenteschool op het Andreas College, Pieter Groen.

Zittenblijven is niet zo effectief, zo blijkt uit onderzoek van Belgische wetenschappers (*zie onderaan). Naast veel extra bijlessen noemen zij de ‘summer school’ als een beter alternatief voor doubleren. Lente- en zomerscholen zijn een van de afspraken uit het sectorakkoord VO uit 2014 om zittenblijven tot 3,8% te reduceren in 2020. In 2013 lag dit percentage landelijk op 5,8%.
Binnen Perspectief hebben het Kalsbeek College in Woerden het Zoetermeerse ONC en het Andreas College, Pieter Groen in Katwijk deze gesubsidieerde activiteit ingezet als onderdeel van een pakket van maatregelen om meer (voornamelijk bovenbouw)leerlingen door te laten stromen. En met succes.

Aanpak: extern uitbesteden
Adjunct-directeur Anika Remerij is verantwoordelijk voor de Lenteschool op Pieter Groen: “De Lenteschool is extra ondersteuning, net als de huiswerkbegeleiding, flexuren en extra vaklessen van onze docentenpool voor leerlingen die dat nodig hebben.” De extra scholing gebeurt altijd in de eigen tijd van de leerling: in een vakantieweek of na schooltijd. Begeleiders zijn ‘studiecoaches’ van externe partijen als Studelta en Lyceo. Zij richten zich op de begeleiding, planning en aanpak en wat minder op de vakinhoud.
Adjunct-directeur bovenbouw havo Coen van der Stelt is tevreden over de geleverde kwaliteit van de Kalsbeek Zomerschool: “Vaak zijn het leraren in opleiding of studenten die op didactisch vlak goed bijgeschoold zijn.” De eigen vakdocent maakt voor elke leerling een programma op maat uit de bestaande lesstof, stelt de afsluitende toets samen en stelt de norm vast voor het gemaakte en na te kijken werk.
Marco Bakker is als afdelingsleider havo  verantwoordelijk voor de Lenteschool op het ONC: “De externen zijn voor de leerlingen vaak een extra stimulans: zowel als stok achter de deur als om lesstof op een andere manier uitgelegd te krijgen. Het zijn vaak jonge mensen die dicht bij de leerlingen staan. Onze boodschap voor de leerling is: ‘Extra investeren in jezelf brengt je veel.’” De overeenkomst tussen de lente- en zomerscholen is dat de leerling eigen vrije tijd en energie moet investeren, de focus van de leerling op een of twee gekozen vakken ligt, en er extra begeleiding is (en indien nodig extra uitleg)

Criteria en eisen
Afgelopen schooljaar deden op het Andreas Pieter Groen 41 bovenbouwleerlingen mavo/havo en vwo mee, op de Kalsbeek 15, en op het ONC 85 leerlingen uit  mavo, havo en vwo. Er zijn op alle drie de scholen duidelijke toelatingscriteria. Op het ONC en de Kalsbeek mogen leerlingen meedoen voor maximaal twee vakken, op Pieter Groen kiezen ze er één. Vaak zijn dit de kernvakken. Zo heeft het gros van de deelnemende Kalsbeek-leerlingen moeite met wiskunde. Van der Stelt: “Het gaat bij de selectie voor de Zomerschool om het totaalbeeld dat de leraren van de leerling hebben. Is er voldoende perspectief na de reparatie van twee vakken? Een ‘luie’ leerling heeft soms meer kans om na de Zomerschool over te gaan en vervolgens goede resultaten te behalen dan een hele hardwerkende leerling met één punt te kort.” Er zijn op de Kalsbeek nog meer regels: je kunt maar één keer deelnemen in je schoolcarrière en als zittenblijver of examenkandidaat mag je niet meedoen.

Lente- en zomerscholen in 2017
442 vestigingen vo

112 zomerscholen
155 lentescholen
16.735 leerlingen

Seizoen
De keuze voor de lente- of zomervariant komt voort uit de visie. De drie schoolleiders zijn enthousiast over het gekozen moment van bijscholen. Marco Bakker en Anika Remerij zweren bij de Lenteschool in de meivakantie, omdat bij vroeg signaleren en ingrijpen de leerling ook de rest van dat schooljaar nog baat heeft van de extra studieactiviteit en met een succeservaring de vakantie ingaat. Dit is ook een stimulans om het jaar daarna goed te starten. “Met alleen een zomerschool kun je voor sommigen het signaal afgeven dat je toch fluitend overgaat als je je een weekje flink kwaad maakt, en dat vind ik geen goed signaal. De Lenteschool geeft een impuls en dankzij de nazorg van de eigen docenten is er ook meer kans om de laatste proefwerkweek goed door te komen”, stelt Bakker. Leerlingen van Pieter Groen zijn blij met de kans die ze krijgen. Kalsbeek-leerlingen zeggen in de evaluatie het heerlijk te vinden om langere tijd met één vak bezig te zijn. Zij hebben de druk nodig om ervoor te gaan. Van der Stelt: “Ze zijn gefocust door de toets die volgt en ze weten waar ze het voor doen. Achteraf zien de leerlingen het allemaal als een kans.”

Zorgvuldig voorbereiden
Anika Remerij ziet de zorgvuldige voorbereiding van de Lenteschool als een succesfactor op Pieter Groen: “Onze docenten dragen al in een heel vroeg stadium aan welke leerlingen in aanmerking mogen komen. We betrekken tijdens de selectie ook de ouders bij het toelatingsproces. Zij ondertekenen net als hun kind een formulier om hun commitment te bevestigen. Docenten en leerlingen stellen vooraf secuur de leerdoelen vast, waardoor de juiste focus ontstaat voor de extra week. In 2018 willen we nog meer sturen op de nazorg, onder andere door een diagnostische eindtoets in te voeren. Dan kunnen vakdocent en leerling ná de Lenteschool ook beter focussen op wat nog aangeleerd moet worden.”

Reacties personeel
Hoe zijn de reacties van de docenten en oop’ers op de drie scholen? Verreweg de meeste collega’s reageren positief, is de ervaring van de betrokken schoolleiders. “Onder mijn ONC-collega’s merk ik de waardering voor de groei die de leerlingen in die korte tijd doormaken, en de mentoren zijn heel blij als blijkt dat hun leerlingen toch over zijn”, vertelt Bakker. “In het begin waren er ook wat terughoudende reacties,” aldus Van der Stelt van de Kalsbeek, “maar nu resteren enkel nog wat kritische vragen: hoever ga je met leerlingen kansen geven? Wanneer geef je ze valse hoop door ze mee te laten doen?” Als Zomerschool-coördinator werkt hij met de conciërges anderhalve week langer door, maar daarover wordt niet gemord. Remerij: “Een mooie bijkomstigheid is dat een studiecoach van Studelta in dienst is gekomen als docent. Het optreden tijdens de Lenteschool maakte de keuze eenvoudig.” Positief vindt Remerij ook het overdrachtsdossier dat de studiecoaches maken voor de docenten. “Hun frisse blik geeft soms nieuwe inzichten in wat een leerling beweegt.”

Onderzoek
Op Pieter Groen waarderen de leerlingen de Lenteschool met een 7,5, vertelt Remerij. Dat is een mooie score. Om de effecten van de Lente- en Zomerscholen goed te meten  wordt er naast de monitoring op de scholen zelf ook landelijk wetenschappelijk onderzoek gedaan.

Subsidie
De subsidie voor deze impuls is vooralsnog beschikbaar tot 2018. Marco Bakker hoopt op verlenging en op handhaving van het huidige bedrag per leerling: “De Lenteschool past echt bij de persoonlijke school die we zijn, en bij ons motto: ‘grensverleggend ondernemend’. Het biedt leerlingen de kans om zichzelf te overtreffen. We willen graag blijven insteken op die succesbeleving.”


Meer lezen?

www.lyceo.nl/zomerschool
www.studelta.nl/onderwijsprojecten
www.vo-raad.nl/nieuws/financiering-van-het-voorkomen-van-onnodig-zittenblijven-in-2018
www.zomerscholenvo.nl

* Uit: Effecten van zittenblijven in het basis- en secundair onderwijs in kaart gebracht.
Een systematische literatuurstudie door M. Goos, B. Belfi, B. De Fraine, J. Van Damme, P. Onghena en K. Petry

Suggesties voor de onderwijspraktijk en het onderwijsbeleid

De vraag is nu wat er dan moet gebeuren met Vlaamse en Nederlandse leerlingen die vastlopen in hun leerproces. Hen een leerjaar laten overdoen blijkt, gemiddeld genomen, volgens de 37 hier gereviewde studies, alvast niet het antwoord. Anderzijds, hen zomaar laten overgaan naar het volgende leerjaar, zonder meer, zal ook niet het antwoord zijn, mocht de lezer deze conclusie getrokken hebben. Het blijkt, gemiddeld genomen, het betere antwoord van de twee, maar zal toch niet voldoende zijn om de hiaten in de kennis en vaardigheden van de leerlingen volledig weg te werken. Daartoe zijn extra inspanningen en maatregelen nodig. Het dient aanbeveling om in de toekomst de vele middelen die nu besteed worden aan de praktijk van het zittenblijven, in te zetten voor evidence-based alternatieven. We denken dan bijvoorbeeld aan extra personeel dat ingezet kan worden om zwakker presterende leerlingen dagelijks extra instructie te geven, en subsidies voor ‘summer schools’.