Scholencombinatie Delfland: openbaar en christelijk onderwijs in één school

De Van Bleyswijckstraat 72 in Delft. Hier werken de vmbo’s van het  Grotius College én het Christelijk Lyceum Delft volledig samen. Hoe organiseer je dat arbeidsrechtelijk en onderwijsinhoudelijk, en hoe ga je om met het verschil in cultuur en identiteit?

sc Delfland
Scholencombinatie Delfland: balans tussen pragmatisch en principieel. De ‘informele samenwerking’ is maximaal één school achter de nieuwe voordeur.

Breed aanbod garanderen
Het verhaal over de totstandkoming van de Scholencombinatie Delfland gaat terug naar 2009, als na jarenlange daling van de leerlingenaantallen in het vmbo in Delft uit onderzoek van BMC blijkt dat er één vmbo-b/k-school te veel is. Jogchum Zijlstra, CvB-voorzitter van SCO Delft e.o., stond toen voor een grote beslissing, waar steeds meer besturen als gevolg van krimp mee te maken krijgen: sluiten of samenwerken. “We konden die terugloop op het CLD wel een tijdje volhouden door met personeel te schuiven over de verschillende locaties, maar op termijn dreigde het risico van sluiting. De gevolgen zouden dan enorm zijn: personeel op straat en minder financiële flexibiliteit, omdat er minder CLD-locaties zijn. Bovendien: sluiting strookte niet met onze visie en opdracht om een zo volledig mogelijk, breed aanbod in het beroepsgerichte vmbo te behouden.”

Partners
Het Delftse Grotius College kampte met dezelfde problemen, en in mindere mate ook het Stanislascollege. Uit het onderzoek van BMC kwamen nog enkele conclusies naar voren, waar alle betrokken bestuurders het meteen mee eens waren: het wordt tijd dat de onderwijsprogramma’s in het vmbo worden vernieuwd en er zijn betere schoolgebouwen nodig. Omdat het Stanislascollege, dat onder het schoolbestuur van Lucas Onderwijs (r.-k.) valt, geen behoefte had aan samenwerking en aanmerkelijk groter was, lag samenwerking tussen het Grotius en het CLD voor de hand. Maar dat was vanwege het verschil in denominatie niet meteen logisch.

Jogchum Zijlstra
Bestuursvoorzitter Jogchum Zijlstra zweert bij alles open bespreken, of het nu gaat over de identiteit of het pedagogische klimaat. Geen papieren discussies, maar collega’s die de dialoog aangaan, binnen heldere kaders en een stevige koers.

‘Informele samenwerking’
Om tot samenwerking aan te zetten heeft de toenmalige wethouder van Onderwijs in Delft, Lucas Vokurka, de partijen in 2009 een mooi nieuw schoolgebouw in het vooruitzicht gesteld. Gedeeltelijk gelegen op de plek van het Grotius-vmbo. Zijlstra doet zijn bestuur op dat moment een voorstel: een wettelijk toegestane ‘informele samenwerking’ aangaan met het Grotius, met een mandaat om een zoektocht te beginnen naar hoe de christelijke identiteit van het CLD een plek kan krijgen in het geheel. “Deze samenwerking zou niks zijn geworden als we alles hadden willen behouden”, stelt Zijlstra. Hij onderscheidt drie belangrijke succesfactoren in die vroegste fase. “Ten eerste: er was een groot urgentiebesef, omdat iedereen baanverlies wilde voorkomen. Ten tweede was er een gedeelde overtuiging dat in het dilemma ‘sluiten of samenwerken’ dit de goede weg zou zijn. Ten derde was er vertrouwen tussen de bestuurders van de beide scholen. We hebben nog steeds een gedeelde visie over het eindresultaat: de ‘informele samenwerking’ is maximaal één school achter de nieuwe voordeur. En niks opsplitsen.” Leerlingen moeten ervaren dat het één school is.

In één gebouw
Vanaf 1 januari 2013 komen de leerlingen en het personeel van het Grotius-vmbo in het CLD-gebouw en kan de nieuwbouw van start gaan. Dan begint ook de samenwerking en afstemming, waardoor er nu één school (met twee BRIN-nummers en twee directies en besturen) achter die nieuwe voordeur is. Een school die in ontwikkeling is en blijft, waarbij in goed overleg praktische vragen worden opgelost.

Openbaar en christelijk
“Het openbare karakter en de bijzondere identiteit van de samenwerkingsschool moeten vooral gewaarborgd gaan worden via een identiteitscommissie op schoolniveau”, zo stelt een recent wetsvoorstel. Bij de Scholencombinatie Delfland speelt de identiteitsdiscussie natuurlijk ook, vertelt Zijlstra. “We hebben twee uitgangspunten geformuleerd: elke leerling heeft recht op levensbeschouwelijk onderwijs en moet kennismaken met wereldgodsdiensten. En elke docent heeft een levensbeschouwing, de een meer expliciet dan de ander, en die brengt hij mee in het onderwijs.” De realiteit is dat er op het christelijke vmbo van het CLD een leerlingenpopulatie is met veel verschillende achtergronden, net als op het Grotius. “Toen beide scholen in 2013 in het oude gebouw waren gevestigd, lag de nadruk vooral op de inbedding van de organisatie. Nu de nieuwbouw op orde is, zijn de docenten zelf een identiteitscommissie gestart.”

Open bespreken
Zijlstra zweert bij alles open bespreken, of het nu gaat over de identiteit of het pedagogische klimaat. Geen papieren discussies, maar collega’s die de dialoog aangaan, binnen heldere kaders en een stevige koers. “Iedereen voelt die koers en er is een basisvertrouwen. In het hele traject zijn er geen mensen uit dienst gegaan vanwege de samenwerking. Mensen ervaren wel het verlies van hun eigen schoolcultuur: het ‘zo deden wij het’. En tegelijkertijd ervaren ze ook de winst van nieuwe samenwerking. Negatieve vaste patronen zijn ook doorbroken.”

Zeven jaar
Er staat volgens de managementliteratuur minimaal zeven jaar voor dit soort verandertrajecten, stelt Zijlstra. “We zijn nu echt in de fase waarin we beseffen wat we achter ons hebben liggen. Mensen zijn moe van alle veranderingen, maar gunnen zich geen rust. Dat moet wel gesignaleerd worden en er moet op worden geanticipeerd. Dat vraagt wel wat van de leidinggevenden. In de gezamenlijkheid moesten we vorig jaar door een dieptepunt, ook vanwege de nog weinig aanmeldingen. Nu hebben we een mooi gebouw en de organisatie aardig op orde. Bovendien is het aantal aanmeldingen gestegen. Er is nu meer rust. Dat gun ik de leerlingen en de medewerkers.”

Praktische vragen bij informele samenwerking
Een samenwerkingsschool is een fusieschool waarin zowel openbaar als bijzonder onderwijs wordt aangeboden. Het wetsvoorstel Samenwerkingsscholen van staatssecretaris Sander Dekker is in december door de Tweede Kamer aangenomen en ligt nu bij de Eerste Kamer. Dit wetsvoorstel verruimt de mogelijkheden om een samenwerkingsschool tot stand te brengen. Naast de wettelijke kant zijn er ook een boel praktische hobbels te nemen en er is ook winst te behalen, is de ervaring van Zijlstra.

  • Het is cruciaal dat het aantal leerlingen eerlijk verdeeld is over de beide scholen. Dat is opgelost door alle ouders bij de inschrijving drie mogelijkheden te bieden: specifiek aanmelden voor het CLD of het Grotius, of daar geen voorkeur in hebben, want het kind komt toch in één school terecht en krijgt les van leraren van beide scholen. Het gros van de ouders maakt het niet uit, zo blijkt.
  • De lwoo-licentie van het Grotius wordt nu gedeeld.
  • Het personeelsbeleid is verschillend en arbeidsvoorwaardelijke vragen worden per school praktisch en pragmatisch bekeken en met de eigen deel-mr besproken. Er komt een nieuwe bekostigingssystematiek, wat mogelijk om organisatorische veranderingen zal vragen.
  • Hoe organiseer je je bemensing? Ga je mensen of uren detacheren?
  • De domeinstructuur op basis van leerjaarniveau brengt kleine personeelskamers met zich mee. Dat is rustig, maar collega’s spreken elkaar ook minder. Medewerkers maken daar nu zelf onderling afspraken over. Dat gebeurt vanzelf, zonder managementsturing.
  • Er zijn nu twee deel-mr’s die deel uitmaken van de MR Grotius College of de MR CLD. Dat levert soms problemen op. In de nabije toekomst zoeken we naar een oplossing op dit punt. De kosten van de oop’ers worden 50/50 gedeeld. Ze zijn in dienst bij een van de beide scholen, maar werken voor allebei.
  • Docenten van het Grotius College geven les aan CLD-leerlingen en vice versa. Wat doe je als iemand niet functioneert? De beide directeuren hebben hier overleg over en komen met een gezamenlijk standpunt. Op termijn zal er één directeur zijn voor deze locatie.
  • De inspectie is al vroeg in het proces betrokken. De scholencombinatie heeft twee BRIN-nummers, maar wil samen werken aan kwaliteit. Het verzoek is om de school te bezoeken alsof het één school is en twee identieke rapporten uit te brengen. De hoofdinspecteur is eind maart op bezoek geweest om te kijken hoe dit ‘Delftse model’ werkt. Ze is enthousiast en heeft toegezegd te zullen meewerken aan het vinden van oplossingen voor problemen die we al werkend tegenkomen.
  • De werving gebeurt gezamenlijk en vanuit de beide scholen: identieke teksten, foto’s en vormgeving in de SD-huisstijl, maar het formaat van het drukwerk is aangepast aan de verschillende infomappen
  • Even een digitaal kijkje nemen? Zie: www.sc-delfland.nl/.