Oplossingen nodig voor cao-afspraken ontwikkeltijd en werkdruk

Belangrijkste afspraak in het cao-vo-akkoord van 2018 is dat leraren bijdragen aan onderwijsontwikkeling en dat de werkdruk vermindert. Dit betekent voor (fulltime)docenten concreet één lesuur per week minder voor de klas. Een onderwerp dat onder het personeel van de scholen een beetje leeft, maar waar directies grijze haren van krijgen, omdat het aan veel zaken raakt. Directies en mr’s van Perspectiefscholen bundelen hiervoor hun denkkracht.

Inkorten lestaak
In de CAO VO 2018-2019 komt artikel 8 onder de noemer ontwikkeltijd/werkdruk op het volgende neer: de maximale lestaak gaat van 750 naar 720 uur, met daarbij nog 20 uur andere taken. Die maatregel zorgt ervoor dat er 50 uren vrijkomen per 1 fte. Deze uren zijn beschikbaar voor ‘onderwijsontwikkeling, -verbreding en -verdieping’. Dit is echt een nieuw onderdeel in het taakbeleid. Het is breder dan deskundigheidsbevordering en professionalisering. 1 maart moet elke school een plan hebben liggen hoe met die ontwikkeltijd wordt omgegaan vanaf de start van het schooljaar 2019-2020. Want dan is die ontwikkeltijd een afzonderlijk onderdeel van de jaartaak. “Het heeft een toegevoegde waarde om dit in Perspectiefverband te onderzoeken”, stelt Pieter Dijkshoorn, bestuurder van CSG De Goudse Waarden en voorzitter van het Perspectiefbestuur. “Omdat we met zeven scholen tegelijk met deze materie bezig zijn, hebben we begin oktober samen het gesprek met Jan Menger van de AOb gevoerd en daarna onderling kennis en ervaringen uitgewisseld. Tijdens een studiemiddag in december is die uitwisseling voortgezet.”

Personeel vinden
Onderwijzend personeel vinden is een regelrechte uitdaging voor veel vo-scholen: hoe blijven onderwijsaanbod en -kwaliteit op peil als je geen mensen vindt om uren op te vangen? Want voor een school met 100 fulltimers (fte) moet door deze nieuwe maatregel voor 4 fte nieuw personeel worden gevonden. Personeel dat er mogelijk niet is. Dat stelt niet alleen directies voor uitdagingen, maar ook het personeel. Dijkshoorn: “Hoe zorg je bijvoorbeeld dat de ontwikkelruimte voor medewerkers toeneemt en je daarnaast genoeg maatwerk blijft bieden aan de zeer uiteenlopende leerlingenpopulatie? Er staat geen financiering tegenover.” Dit vraagt dus om out of the box oplossingen.

Creatief met les- en onderwijstijd
“De lestijd van de docent kan worden beperkt als de onderwijstijd van de leerling ruimer gedefinieerd mag worden. Bijvoorbeeld: onderbouwleerlingen moeten 1000 klokuren onderwijs aangeboden krijgen. Los van of ze er gebruik van maken. Moeten daarvoor lesgevenden of lesactiviteiten beschikbaar zijn voor de leerlingen? Dat valt te organiseren in flexroosters met een deel van het verplichte curriculum en facultatieve lessen. Kritisch kijken naar excursies kan bijvoorbeeld al tijdwinst opleveren.” De eerste Perspectiefmiddag over dit thema afgelopen herfst leverde al mogelijke oplossingen om de onderwijstijd anders te organiseren, zoals de huidige lessentabel toetsen aan kerndoelen en examendoelen, afstandsleren, hoorcolleges, e-learning, meer lesassistenten en stages. Maar directies en mr’s zullen met elkaar in gesprek moeten gaan om de begrippen lestijd en onderwijstijd te herdefiniëren.

 

Sparen
In het gesprek met de vakbondsvertegenwoordiger zijn ook twijfels over de 50-uursmaatregel uitgesproken, vertelt Dijkshoorn. “In de vorige cao konden leraren al kiezen of ze 50 uur van hun normjaartaak wilden inzetten als werkdrukvermindering of om die uren te sparen. De ervaring op de scholen leert dat er veel meer wordt gespaard dan dat er tijd wordt genomen om de werkdruk te verlagen. De tijd die nu vrij gaat komen, is ook bedoeld om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Maar hoe realiseer je dat als de meerderheid van het personeel uren gaat sparen?”

 

Kwaliteitsverbetering
“Onderwijstijd is niet zo belangrijk om kwalitatief goed onderwijs te geven. Dat leren we van scholen in het buitenland”, stelt Dijkshoorn. “En tegelijkertijd wordt de spagaat groter, want voor veel schoolleiders gaat het in het leerproces juist om de pedagogische klik tussen leraar en leerling. School is geen instructiefabriek. Contact is essentieel en een leraar moet ook zijn persoonlijke interpretatie van zijn vak kunnen geven. Daar zit de passie en het is dé manier om leerlingen te motiveren.”

Kritische vragen
Tijdens een tweede studiemiddag in december gingen schoolleiders en mr’s opnieuw in gesprek. Dat leverde goede kritische vragen op, waar de scholen hun eigen antwoorden op moeten vinden. Zoals: Hoe ga je om met je functiewaardering voor LB en LC als iedereen meer bijdraagt aan onderwijsontwikkeling, waar dat op dit moment vooral bij LC-docenten ligt? Leerlingen móéten 189 dagen naar school; hoe zorg je dat je daar ook een oplossing voor kunt vinden? In de cao staat niets over leerlingen, terwijl het om hen gaat; wat willen zij? De leerlingenraad betrekken ligt voor de hand. Welke uitspraken over scholing en ontwikkeling zijn er in scholen, en hoe pakken die uit in de nieuwe situatie? Waar kun je uren schrappen en wat mag er nooit uit? Denk aan gesprekken met ouders en aan onderwijsontwikkeling. De definitie van onderwijstijd heeft ook gevolgen voor het vakkenaanbod en de invulling van de lessentabel: welk vak of onderdeel kan eruit? Welke nieuwe functies ontstaan er om taakuren over te nemen? Komen er aparte activiteitenregisseurs, pleinwachten en studenten voor stipuren? Met elke docent moet je afspreken wat hij of zij in die 50 uur gaat ontwikkelen, en hoe zich dat verhoudt tot anderen in het team of de sectie. Hoe organiseer je vervolgens de verantwoording als je ‘boekhouden’ wilt voorkomen, omdat je in je taakbeleid juist meer wilt insteken op vertrouwen en intrinsieke motivatie? Kortom: er ontstaat een groot spanningsveld van onopgeloste vragen, die veelal met elkaar samenhangen.

Vervolg
Tijdens de tweede middag blijkt ook weer dat iedereen het vraagstuk heel serieus neemt en het laatste woord er nog niet over is gezegd. In februari volgt een derde bijeenkomst. Aanwezige schoolleiders concludeerden dat er in de schoolleiding allereerst helderheid moet zijn over uitgangspunten (op basis van het schoolplan) en definities (van onder andere onderwijs-, les- en ontwikkeltijd). De volgende stap zal zijn dat elke school een plan maakt, dit voor maart voorlegt aan de mr en intern vooral helder blijft communiceren. Alle scholen kiezen een eigen systematiek, afhankelijk van hun visie op leren en de huidige organisatie van hun onderwijs.

Liever minder taken
De huidige cao-afspraken over werkdrukvermindering en ontwikkeltijd zijn mogelijk een eerste stap. Wat zullen de volgende stappen zijn? “Is deze urenvermindering in de cao incidenteel of het begin van een in te zetten lijn? Ik constateer een verschil in visie en ervaring tussen directies en bonden als het gaat om werkdrukvermindering. Bonden denken dat leraren uiteindelijk het liefst van 25 naar 20 lesuren willen om hun werkdruk te verminderen. De directies van de Perspectiefscholen horen andere geluiden en merken dat leraren liever willen lesgeven dan veel tijd kwijt te zijn aan extra taken. Er is veel vrijheid om het curriculum in te richten. Willen we dat als scholen zelf bepalen, of laten we dat over aan de methodes van de uitgevers? Secties en vakgroepen mogen en zullen zelf ook hun afwegingen maken. En niet alles moet. Bij alle keuzes is het schoolplan leidend als onderlegger, daarin staat waarom we de dingen doen die we doen”, stelt Dijkshoorn nadrukkelijk.

 

Welke keuzes heb ik in het basisbudget van 50 klokuren? (deeltijders naar rato)
Je kunt ervoor kiezen om het basisbudget te gebruiken voor aanpassing van de werkzaamheden, door vermindering van de lestaak of vermindering van de overige taken. Het basisbudget mag je ook inzetten als verlof voor duurzame inzetbaarheid. Tot slot kun je ervoor kiezen om de uren van het basisbudget te kapitaliseren. De waarde van het basisbudget kan worden besteed aan de bijdrage in de kosten van kinderopvang of verhoging van pensioenaanspraken. (Bron: AOb, https://www.aob.nl/cao-en-salaris/voortgezet-onderwijs/)

Verder lezen: www.vo-raad.nl/artikelen/q-a-onderhandelaarsakkoord-cao-vo-2018-2019